Magelhaenpinguïn door hoge duingras
Magelhaenpinguïns zijn meer verlegen dan andere pinguïns op de Falklandeilanden en vluchten snel hun holletjes of de zee in bij verstoring. Deze pinguïns vormen lossere kolonies dan veel van de andere soorten die hier leven. Magelhaenpinguïns hebben een zekere mate van symbiose met het tussac gras (Poa flabellata). De vogels krijgen bescherming door bij het gras te nestelen, tegen zowel roofdieren als slecht weer. Maar het gras heeft ook een voordeel; pinguïns die van het voedsel zoeken terugkomen, poepen rond hun holletjes en dat is goede mest voor het gras. Daarnaast zijn de verlaten holletjes ook goed voor het gras, want de graszaden komen hierin terecht en liggen in hun kritieke kiem- en eerste groeiperiode beschermd tegen vertrapping en ander gevaar.
Camera instellingen:
Sluitertijd: 1/320
Diafragma: f/7.1
ISO: ISO 125
Brandpuntsafstand: 70mm
Genomen met: NIKON D810
Objectief: 24-70 mm f/2.8